CAO voor het Omroeppersoneel

Op medewerkers van de regionale en landelijke publieke omroepen met een vast dienstverband voor bepaalde of onbepaalde tijd is de CAO voor het Omroeppersoneel van toepassing. Tevens is de CAO Sociale Regeling van toepassing.

CAO voor het Omroeppersoneel 2017-2018
De CAO voor het Omroeppersoneel voor de periode 1 januari 2017 t/m 31 december 2018 is de cao die geldt totdat er een nieuwe cao tot stand  gekomen is.

Deze cao geldt voor de bijna 1.300 medewerkers van de regionale omroepen en de ruim 3.600 van de landelijke omroepen. De betrokken vakorganisaties zijn FNV Media & Cultuur, CNV Vakmensen en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).

Nog geen CAO vanaf 2019
De werkgevers van de Publieke Omroep en de verschillende werknemersorganisaties zijn het helaas nog niet eens geworden over een nieuwe cao voor het omroeppersoneel vanaf 2019. Het bod van de werkgevers met een flinke structurele loonsverhoging is door de vakbonden eind oktober 2019 afgewezen. De bonden willen dit bod eerst met hun achterban bespreken. De tijd dringt om eventuele uitbetaling nog mogelijk te maken in december.

Werknemersorganisaties en werkgevers hebben sinds de zomer goede gesprekken met elkaar gevoerd, maar zijn er vooralsnog niet uitgekomen. Werkgevers hebben een cao voor twee jaar voorgesteld, de jaren 2019 en 2020, en gaven daarbij prioriteit aan de looncomponent. Om te komen tot werkelijke uitbetaling over 2019, zouden beide partijen voor medio november 2019 een door de achterbannen gedragen akkoord moeten hebben. Lukt dat niet, dan is er geen cao over 2019 en kan een salarisverhoging alleen over 2020 worden doorgevoerd.

Het voorstel van de werkgevers betreft een structurele loonsverhoging van 4,5% over 2 jaar: 1,5% structureel per 1 oktober 2019, 2% structureel per 1 januari 2020 en 1% structureel per 1 oktober 2020 en eenmalig 2% incidenteel over heel 2019, uit te betalen in december 2019. Een hoog, maar volgens de werkgevers terecht bod: “Zeker gezien de lastige en sombere financiële situatie waar de publieke omroep zich al jaren in bevindt, maar het is ook vooral bedoeld om de werknemers te waarderen, door ze een mooie loonsverhoging aan te bieden”, aldus Gerard Schuiteman, voorzitter van de werkgeversdelegatie.

Werknemersorganisaties vinden het loonbod van werkgevers te laag en vragen om een structurele loonsverhoging over 2019 en 2020 van 5,5%. Formeel is er dus sprake van een verschil van 1% maar in het gebruikelijke informele contact zijn partijen elkaar nog verder genaderd.

Het voorstel komt volgens Schuiteman tegemoet aan de wens van werknemersorganisaties dat prijsinflatie gecompenseerd moet worden en het bod loopt zeker niet uit de pas met cao-afspraken die elders gemaakt zijn. Toch hebben werknemersorganisaties laten weten dat het eindvoorstel ‘niet past binnen het mandaat dat ze van hun achterban hebben gekregen’. De bonden zullen daarom de situatie terugleggen aan hun leden. Ze hebben aangegeven een nieuw mandaat te willen ophalen.

De werkgevers hopen dat de leden van de bonden inzien dat een structurele loonsverhoging van 4,5% over 2019 en 2020, en een incidentele van 2% over 2019, gezien alle omstandigheden momenteel rond de publieke omroep, een prachtige, reële en verantwoorde uitkomst is. Gerard Schuiteman namens de NPO en RPO: “Wellicht kunnen werknemersorganisaties met positieve terugkoppeling van de medewerkers het voorstel alsnog omarmen.”

CAO Sociale regeling 2019-2022
Begin mei 2019 hebben de achterbannen van vakorganisaties FNV, NVJ en CNV ingestemd met het resultaat van de onderhandelingen over een nieuwe sociale regeling vanaf 1 januari 2019. De regeling is overeengekomen in de vorm van een separate CAO en is geen bijlage meer van de CAO voor het Omroeppersoneel. De CAO Sociale Regeling heeft een looptijd van vier jaar (2019 – 2022). De regeling is niet de gehele looptijd identiek, maar voorziet in een afbouw door middel van een tijdelijke garantiebepaling van de voorheen toegepaste kantonrechtersformule naar de huidige wettelijke transitievergoeding.