CAO voor het Omroeppersoneel

Op medewerkers van de regionale en landelijke publieke omroepen met een vast dienstverband voor bepaalde of onbepaalde tijd is de CAO voor het Omroeppersoneel van toepassing. Tevens is de CAO Sociale Regeling van toepassing.

CAO voor het Omroeppersoneel 2017-2018
De CAO voor het Omroeppersoneel voor de periode 1 januari 2017 t/m 31 december 2018 is de cao die geldt totdat er een nieuwe cao tot stand is gekomen.

Deze cao geldt voor de bijna 1.300 medewerkers van de regionale omroepen en de ruim 3.600 van de landelijke omroepen. De betrokken vakorganisaties zijn FNV Media & Cultuur, CNV Vakmensen en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).

Geen overeenstemming over nieuwe CAO 2019
Werkgevers en de vakbonden zijn het in 2019 niet eens geworden over een nieuwe cao. De cao had betrekking moeten hebben op 2019 en 2020. Een ruimhartig loonbod en goede procesafspraken over inhoudelijke onderwerpen zijn door de vakbonden afgewezen. Alle omroepmedewerkers die in dienst waren op 1 december 2019 hebben daarom over 2019 een eenmalige bijdrage van 2,6% gekregen. Met dit percentage wordt de inflatie over 2019 gecompenseerd.

CAO-overleg 2020
In het voorjaar 2020 is het cao-overleg voortgezet. In verband met de coronacrisis vindt het overleg online plaats. De laatste bijeenkomst vond plaats op 29 juni jl. De gesprekken met de bonden zijn intensief, maar hebben inmiddels wel geresulteerd in een prioritering van de thema’s waarover we momenteel in gesprek zijn. Het gaat om:

  • Fair Practice Code;
  • Medezeggenschap voor programmamakers;
  • Contractering;
  • Loon- en pensioenpremie.

Op de eerste twee onderwerpen is er goed overleg en lijken partijen elkaar te naderen. Op het punt van contracteren zetten vakorganisaties in op een beperking van de ketenbepaling voor programmatische medewerkers van 6 contracten in 48 maanden. Werkgevers vinden dit niet verstandig vanwege de benodigde flexibiliteit als gevolg van de financieringssystematiek van de publieke omroep. Het is volgens werkgevers ook niet in het belang van zzp’ers die bij de publieke omroep werken. Partijen zien in elkaars voorstellen vooralsnog geen mogelijkheden om elkaar op dit punt tegemoet te komen.

De gesprekken worden op dit moment vooral opgehouden vanwege de onduidelijkheid die er blijft over het pensioenstelsel en wat de consequenties zijn voor de pensioenpremie vanaf 2021. Bij onveranderd beleid van de overheid zal de pensioenpremie vanaf 2021 met procenten stijgen. Deze stijging komt op basis van het pensioenreglement voor rekening van werkgevers waardoor de loonruimte nihil is. Werkgevers hebben daarom aangegeven dat een structurele loonstijging vanaf 2020 gepaard dient te gaan met een maximering van de pensioenpremie op het huidige niveau (18,0% van de loonsom/ 23,7% van de pensioengrondslag). Om aan de cao-tafel hierover verder te kunnen spreken is het nodig dat Minister Koolmees in het licht van het Pensioenakkoord de strikte toepassing van de rekenregels buiten werking stelt. Cao-partijen hopen dat hier op korte termijn duidelijkheid over komt zodat na de zomer de cao-gesprekken kunnen worden voortgezet. In een kleinere samenstelling praten partijen nu al wel door over de FPC.

CAO Sociale regeling 2019-2022
Begin mei 2019 hebben de achterbannen van vakorganisaties FNV, NVJ en CNV ingestemd met het resultaat van de onderhandelingen over een nieuwe sociale regeling vanaf 1 januari 2019. De regeling is overeengekomen in de vorm van een separate CAO en is geen bijlage meer van de CAO voor het Omroeppersoneel. De CAO Sociale Regeling heeft een looptijd van vier jaar (2019 – 2022). De regeling is niet de gehele looptijd identiek, maar voorziet in een afbouw door middel van een tijdelijke garantiebepaling van de voorheen toegepaste kantonrechtersformule naar de huidige wettelijke transitievergoeding.