Column Jan Müller (februari 2026)

25-02-2026

Jureren voor De Tegel: wat ik leer van de beste interviews van ons land

Voor het vierde jaar op rij mag ik deel uitmaken van de jury van De Tegel, de belangrijke journalistieke prijzen voor het beste journalistieke werk van Nederland. De categorie Interview is inmiddels in zestig boeiende delen in mijn inbox beland; het lezen, luisteren en kijken kan beginnen.

Zestig inzendingen, zestig vensters op de wereld. Van hyperlokaal tot supermondiaal. Van intieme rouwgesprekken en onthullende politieke confrontaties tot wandelinterviews met miljonairs en indringende podcasts over onverwerkt oorlogsverleden. Zowel de omvang als de verscheidenheid van deze categorie maken mij één ding overduidelijk: het interview is een van de meest vitale vormen van journalistiek.

Met mijn mede-juryleden zoeken we naar vakmanschap: de vaardigheid om vertrouwen te winnen, de durf om lastige vragen te stellen, de scherpte in het volgen van een spoor maar ook de empathie om juist weer ruimte te geven aan twijfel, pijn, verwerking. Soms is dat een eenmalig tv-gesprek dat een politicus van zijn voetstuk haalt, soms het resultaat van een maandenlange opbouw naar bijvoorbeeld het anonieme, heftige verhaal van een moeder die niet voor haar dochter mag spreken. Al die verschillende landelijke, regionale en lokale verhalen in al die vormen, of het nu om print, online, radio, televisie of podcasts gaat, zijn op hun manier waardevol. Ze leren ons iets, bieden nieuwe inzichten of geven iets om over na te denken.

Jureren is een vrij intensief proces. Niet alleen in kwantitatief opzicht, maar ook kwalitatief: hoe maak je als jurylid de juiste afwegingen, als je bijvoorbeeld een vergelijking moet maken tussen een programma van een uur op YouTube en een kort, ontroerend telefoongesprek over verlies? We wegen voorbereiding, bronverantwoording, redactionele keuzes, context en maatschappelijke impact. We letten op een goede balans tussen nieuwsgierigheid en respect. Op momenten waarop een vraag de grens van het persoonlijke raakt, moet de journalist weten waarom hij of zij die grens overschrijdt en wat het publiek daarmee wint. En dat biedt weer gespreksstof binnen de jury.

Wat me vooral opvalt in deze selectie, is dat het interviewformat zich ontwikkelt. Podcasts, video-essays en crossmediale series maken andere en méér invalshoeken mogelijk en brengen soms nieuwe lagen aan het licht. Tegelijk blijven de oude ingrediënten onvervangbaar: nieuwsgierigheid, luisteren en (morele) moed. Die combinatie levert mooie inzendingen op. Interviews die niet alleen informeren, maar ook aanzetten tot gesprek en verandering.

Al met al is het een uitdagend proces en de prijzen zijn nog niet vergeven. Toch kijk ik elk jaar weer uit naar de kans om bij te kunnen dragen aan de erkenning van het beste journalistieke werk van ons land.