Bubbels in Nederland: door de ogen van Josse de Voogd

Josse de Voogd is onderzoeker en publicist op het gebied van ruimte, politiek en samenleving. Tijdens het Regiohelden festival gaf hij een workshop over de verschillende ‘bubbels in Nederland’. Hierin gaf hij een gelaagd beeld van de Nederlandse samenleving. Aan de hand van zijn opvattingen en observaties liet hij voor een groep regionale journalisten de sociale, culturele en geografische verschillen zien.

Geschreven door Mira Lelieveld

Hij begint zijn presentatie met een analyse over politieke voorkeuren die zichtbaar worden in Nederlandse wijken. Hij wijst op verschillen in voortuinen, woningtypes en straatbeeld. “Je gaat een hoek om en ziet enorme verschillen.” In wijken waar progressiever wordt gestemd, ogen tuinen vaak groener en verzorgder, terwijl andere buurten een heel ander beeld laten zien.

De verbanden zijn niet absoluut: “Door de oogharen heen klopt het vaak, maar uitzonderingen blijven bestaan. Mensen bewegen zich volgens hem in sociale ‘stammen’, waarin gedrag, smaak en uiteindelijk ook politieke voorkeur elkaar versterken.”

Tijdens de presentatie laat hij zien in wat voor soort wijken, welke politieke voorkeur naar voren komt. Hieronder is dit te lezen:

  1. Binnenstad: D66, GroenLinks-PvdA, VVD
  2. 19e eeuwsering: GroenLinks-PvdA, D66
  3. Vooroorlogse arbeidersbuurt: PVV, SP, DENK, GroenLinks-PvdA
  4. Duurder vooroorlogs: D66, VVD, GroenLinks-PvdA
  5. Elitewijk: VVD, D66
  6. Vroeg naoorlogs: PVV, SP, DENK
  7. Modernisme: PVV, DENK
  8. Bloemkooi: Divers
  9. Nieuwbouw: VDD
  10. Uitbreiding: D66, GroenLinks, VVD
  11. Groeikern: PVV, VVD, SP
  12. Welvarende randgemeente: VVD, D66, GroenLinks-PvdA
  13. Dorpen: CDA,VVD, PVV, BBB
Foto: Mira Lelieveld

Afhaken
Over het stemgedrag in Nederland benoemd De Voogd het fenomeen van afhaken, dit beschreef hij eerder zijn boek ‘Atlas van afgehaakt Nederland’. Daarin laat De Voogd zien dat stemgedrag samenhangt met factoren als inkomen, gezondheid en maatschappelijk perspectief. Lagere opkomst en steun voor protestpartijen komen vaker voor in gebieden waar mensen zich minder verbonden voelen met de samenleving.

Opvallend is dat hij ook wijst op minder voor de hand liggende verbanden, zoals het gebruik van pijnbestrijdingsmiddelen, dat in sommige gebieden samenvalt met bepaald stemgedrag, vaak rechtser. Zulke correlaties moeten volgens hem niet simpel worden geïnterpreteerd, maar geven wel inzicht in onderliggende maatschappelijke problemen.


Niet één kaart of verhaal 
Nederland, zo vertelt De Voogd, is geen land van simpele tegenstellingen, maar van lagen die over elkaar heen liggen: religie, sociaal-economische positie, opleiding en globalisering. Samen vormen ze een complex geheel dat niet in één kaart of één verhaal te vangen is.

De Voogd benadrukt dat data en kaarten nooit neutraal zijn. “Elke kaart liegt”, stelt hij, verwijzend naar de manier waarop keuzes in presentatie het beeld kunnen sturen. Het is daarom essentieel om kritisch te kijken naar hoe statistieken tot stand komen.


De bredere middengroep 
In zijn slot reflecteert hij op de huidige stand van het land. Hij beschrijft een samenleving waarin culturele en economische tegenstellingen door elkaar lopen en waarin thema’s als migratie en wonen steeds centraler staan. Tegelijkertijd is er volgens hem sprake van een spanning tussen samenleving en systeem, waarbij vertrouwen in instituties onder druk staat.

De Voogd uit ook een kritische kanttekening bij de journalistiek. Veel journalisten wonen en werken in Amsterdam, volgens hem is dat juist een niet gemiddelde gemeente. De kans ontstaat dat verslaggeving een beperkt perspectief geeft.

Hij ziet een duidelijke opdracht voor journalisten: meer aandacht voor de brede middengroep en voor regionale diversiteit. Niet alleen de uitersten, maar juist de overlap verdienen volgens hem meer zichtbaarheid. Alleen zo ontstaat een evenwichtiger beeld van Nederland.