5 vragen aan journalist Ton Verlind
Vorig jaar bezocht Ton Verlind voor Spreekbuis.nl regionale omroepen om te schrijven over de kracht van regiojournalistiek. Nu hij het dossier heeft afgerond, leggen wij Ton onze vijf vragen voor.
In je column concludeer je dat het regionale organisatiemodel duurzamer is dan het landelijke. Wat maakt dat je daar zo overtuigd van bent?
“Het is een kwestie van analyseren wat de directeuren/hoofdredacteuren in de interviewreeks met Spreekbuis zeggen, en wat je in de (social) media ziet en hoort aan kritiek op de landelijke publieke omroep (ter vergelijking). Van de landelijke publieke omroep wordt gezegd en geschreven dat het organisatiemodel niet bestendig is vanwege het hybride karakter. Het is onduidelijk wie het bij de landelijke publieke omroep het voor het zeggen heeft. Dat leidt tot een ingewikkelde aansturing, belemmert de ontwikkeling van een sterke toekomstvisie, vertraagt de innovatie. Alle daaruit voortvloeiende problemen vergroten de afstand tot het publiek. Het vergt geen rocket science om te zien dat dit een doodlopende weg is.
Het organisatiemodel van de regionale omroepen is helder: zij bepalen hun eigen inhoud en visie, investeren in innovatie en talentontwikkeling en hebben geen organisatieproblemen die de aandacht afleiden van hun relatie met het publiek. Ze zijn geen concurrenten van elkaar, werken veel samen, hebben ruimte om te experimenteren en onderhouden intensief contact met hun eigen publiek, waardoor hun legitimiteit niet voortdurend ter discussie staat.
ChatGPT noemde in de door mij gevraagde analyse als grootste risico het verslappen van de aandacht, waardoor de snelheid van vernieuwing verdwijnt. Houd de druk op de ketel is dan ook het advies.”
Je beschrijft dat regionale omroepen hun publiek vaak beter aanvoelen dan landelijke media. Waar zie je daarin het grootste verschil: in journalistieke keuzes, organisatiecultuur of in de nabijheid tot de samenleving?
“De afstand tussen publiek en journalistiek bij de regionale omroep is -wat ik heb kunnen zien- klein. Ze hebben een grote affiniteit met de provinciale cultuur. Er heerst geen cultuurpessimisme: sommige omroepen krijgen van hun provincie juist extra geld om de provinciale identiteit in ere te houden. Bovendien wordt het als een uitdaging gezien om daar inhoud aan te geven.
De redacties voelen zich sterk verbonden met de regio die ze vertegenwoordigen en maken dat ook waar. Bovenal is de afstand tussen regionale omroep en publiek klein, waardoor de journalisten rechtstreeks worden aangesproken op wat ze doen. Dat heeft zowel een corrigerend effect -journalisten zien meteen de gevolgen van hun werk, positief én negatief- als een stimulerend effect.
De regionale omroepen benadrukken dat ze een verbindende rol willen spelen. Ze doen dat vanuit een zo neutraal mogelijke positie en zijn daardoor zelf minder onderwerp van discussie en polarisatie. Verschillende hoofdredacteuren en directeuren benadrukken dat ze, uitzonderingen daargelaten, welkom zijn in steden en dorpen, omdat het publiek merkt dat ze er niet alleen zijn bij ellende, maar ook als er wat te vieren valt. Het grote verschil met landelijk is dus nabijheid.“

Je spreekt in je werk vaak over journalistiek als maatschappelijke infrastructuur. Wat vraagt dat volgens jou van regionale redacties in de komende jaren, juist in een tijd van financiële druk en digitale transitie?
“Het met kracht voortzetten van de uitgestippelde koers en het geven van ruimte om fouten te (mogen) maken. Er wordt met beperkte middelen gewerkt, maar dat prikkelt ook de creativiteit werd me verteld.“
Als je één misverstand zou mogen wegnemen over regionale publieke omroepen bij politiek en beleidsmakers, welk misverstand is dat dan?
“Regionale omroepen zijn niet de kleinere versie van de landelijke omroepen; ze zijn een eigenstandige identiteit, een belangrijk element in de journalistieke infrastructuur, misschien zelfs wel een voorbeeld. Wel nog een advies: doe veel meer aan marketing, dus het vergroten van de zichtbaarheid. Ik kwam mooie initiatieven tegen waar ik nog nooit van had gehoord.”
En tot slot: welk verhaal is het meest blijven hangen na alle interviews?
“De manier waarop de redactie van Omroep West zich betrokken voelde bij de ramp in de wijk Tarwekamp in Den Haag. Hoe de redactie die ramp coverde, maar in de getroffen wijk ook present bleef toen alle landelijke journalisten waren vertrokken. In die aanpak komt alles terug van wat ik hierboven aan sterke elementen heb beschreven en die je in de een of andere vorm wel bij alle regionale omroepen tegenkomt.”