5 vragen aan Jacob de Vries
Jacob de Vries is senior projectleider journalistiek en digitaal expert. Hij werkt al zo’n vijftien jaar op het snijvlak van inhoud, technologie en strategie, en helpt redacties en organisaties bij de overgang naar digitale formats en het inzetten van AI. Naast zijn werk bij de EO is hij actief als freelancer en schrijft hij de nieuwsbrief Mediakompas. Wij stelden Jacob onze 5 vragen.
Wat is volgens jou de beste eerste stap voor een regionale redactie die wél wil vernieuwen, maar weinig tijd en mensen heeft?
“Stop met zoeken naar het perfecte experiment en begin met het kleinste concrete probleem dat je elke dag tijd kost. Dat klinkt voor de hand liggend, maar de meeste redacties verzanden in strategiesessies over de toekomst, terwijl ze ondertussen uren kwijt zijn aan taken die allang geautomatiseerd hadden kunnen worden. Ik krijg zelf altijd jeuk van consultancybedrijven die een zwaarlijvig rapport opleveren en dat je dat overgedragen krijgt en denkt: tja, en nu?
Wat je wél kunt doen: verslagen van gemeenteraadsvergaderingen samenvatten, voorgesprekken transcriberen, je eerste aanzet voor je draaiboek al laten genereren, draaiboekchecks. Maar ook: metadata aanmaken, social koppen schrijven voor drie platforms tegelijk. Dat zijn geen wereldschokkende toepassingen, maar ze leveren direct iets op: tijd en, uit eigen ervaring ook, kwaliteitsverbetering. En die tijd kun je herinvesteren in wat echt niet geautomatiseerd kan worden: het gesprek met de buurt, het verhaal achter de cijfers, de bron die je alleen bereikt omdat je er al twintig jaar bent. Omdat je dat vertrouwen hebt bij iemand.
De valkuil is dat vernieuwing voelt als een extra laag bovenop alles wat er al ligt. Dat hoeft het niet te zijn. De vraag is niet “wat kunnen we er nog bij doen?”, maar “wat kunnen we anders doen?” Kijk eens goed naar je dagelijkse processen. Schrijf op wat je daadwerkelijk doet, maak het visueel en vraag je dan af: zou dit ook anders kunnen, zodat ik zelf meer tijd overhoud voor de inhoud? Ik weet zeker dat je dingen gaat vinden.”
Welke redactionele keuze is volgens jou het belangrijkst om juist níét aan data of AI over te laten?
“De meeste mensen zijn niet in de journalistiek gestapt om metadata aan te maken of content te optimaliseren voor zes platforms. Ze zijn erin gestapt omdat ze verhalen willen ophalen bij mensen. Omdat ze zich kunnen verontwaardigen. Omdat ze begrijpen wat er speelt in een gemeenschap, de emotie ervan voelen, en dat kunnen omzetten in iets wat ertoe doet. Dat zijn menselijke kenmerken. Die kun je niet trainen in een model.
Wat de afgelopen twintig, dertig jaar is gebeurd, is dat journalisten steeds meer tijd zijn gaan steken in het verwerken en verspreiden, en steeds minder in het ophalen. Het produceren van varianten voor meerdere platforms, het schrijven van koppen voor algoritmes, het invullen van systemen. Randzaken, maar ze vreten tijd. En in de regionale journalistiek, waar elke redacteur telt, is dat verlies extra voelbaar.
AI kan dat omkeren. Niet door menselijke taken over te nemen, maar door de rompslomp eromheen weg te nemen. Zodat de journalist weer doet waarvoor hij of zij er is: bij mensen thuiskomen. In de raadzaal zitten. De bron bellen die niemand anders belt.
Want dát is het goud van de regionale omroep. Je ziet het al aan hoe dankbaar landelijke media gebruik maken van regionale content. Die verhalen, die lokale kennis, die aanwezigheid in de gemeenschap, dat is iets wat je niet centraliseert of automatiseert. Dat bouw je op door er te zijn. En daar moet de tijd naartoe.”
Als je kijkt naar regionale journalistiek: waar liggen de grootste kansen voor AI en data om de kwaliteit écht te versterken, en waar zie je het in de praktijk vaak misgaan?
“De kans zit in alles wat nu te veel tijd kost voor de informatieopbrengst die het oplevert. Politieke vergaderingen volgen en samenvatten, archieven doorzoeken, informatie uit beleidsdocumenten halen, varianten maken voor verschillende platforms. Dat zijn taken waarbij AI als een goede assistent fungeert: het doet het voorwerk, de journalist bepaalt wat ermee gebeurt.
Ik werk zelf aan een tool die redacties helpt bij het vinden van diverse gasten, in ons geval voor radioprogramma’s die op de dag zelf worden gemaakt. Je zoekt op onderwerp, op thema, en er komt een lijst uit met geschikte namen. Vooral de niet voor de hand liggende, omdat je juist ook andere stemmen wilt horen dan de bekende experts die altijd gebeld worden. De eerste reacties zijn positief en meerdere omroepen willen in de tool investeren: het geeft andere namen en perspectieven dan de snelle route onder tijdsdruk oplevert. Niet omdat AI beter is in mensen kennen, maar omdat het een systematischer zoekproces maakt dan wat je onder een deadline zelf kunt doen. Het gaat door verschillende databases heen en we willen ook regionale koppelingen maken, om die stemmen ook meer landelijk te laten gelden.
Waar het misgaat, is tweeledig. Ten eerste: redacties die AI inzetten om meer van hetzelfde te produceren. Meer berichten, sneller, goedkoper. Dat is de verkeerde beweging. Het versnelt de commoditisering van nieuws, precies het probleem waar regionale journalistiek al mee worstelt.
Ten tweede: organisaties die AI in een apart projectje stoppen, los van de dagelijkse praktijk. Een werkgroep die een jaar experimenteert en dan een rapport uitbrengt. Dat levert kennis op, maar geen verandering. AI wordt pas nuttig als het onderdeel wordt van hoe je werkt, niet van hoe je nadenkt over werken. Het gaat om cultuurverandering, niet om een partijtje tools. Én een sterk managementteam met een visie. Anders is het allemaal zinloos.”
Je schrijft de nieuwsbrief Mediakompas. Welk signaal in het medialandschap wordt volgens jou nu nog onderschat, en wat zouden regionale redacties morgen al anders kunnen doen?
“Het gebruik van AI-tools voor lokaal nieuws groeit sneller dan de meeste redacties zich beseffen. OpenAI publiceerde cijfers waaruit blijkt dat ChatGPT wekelijks al een miljoen vragen krijgt over lokale onderwerpen: gemeenschapsevenementen, criminaliteit, rechtbanken, openbaar beleid. Die vragen komen ergens vandaan. Ze kwamen vroeger naar jullie.
Dat is geen reden voor paniek, het is wel urgent. Want de vraag die erachter zit, is precies de vraag waarop regionale journalistiek het beste antwoord kan geven. De AI weet niet wie de wethouder al twintig jaar kent. Weet niet welke toon werkt in jouw gemeenschap. Weet niet welk verhaal ontbreekt. Maar als jij niet zichtbaar bent op de plekken waar mensen die vragen stellen, hoor je ze ook niet meer.
Wat morgen al anders kan: begin met begrijpen welke vragen er over jouw regio worden gesteld. Niet vanuit analytics, maar gewoon door te luisteren. Naar mensen. Op straat, in de raadzaal, in de DM’s. Dat is data ook. En journalistiek begon altijd al zo. Want de verhalen liggen letterlijk op straat. En op straat is journalistiek geen AI. Maak die mooie verhalen.”
Je kunt nog meer doen, maar daarvoor kun je je gratis inschrijven op mediakompas.substack.com 😉
Als jij één experiment mocht doen met álle 13 regionale omroepen samen, wat zou je dan testen, en welke data of voorwaarden heb je nodig om er echt van te leren?
“Stap over je eigen schaduw heen. Van je eigen organisatie. Ga het wiel niet alleen uitvinden.
Ik weet dat er pogingen zijn gedaan, maar ik geloof echt in het bundelen van capaciteit. Denk je echt dat je met één, twee, misschien vijf regionale omroepen kunt optornen tegen OpenAI, Claude of Google? Ik zou alle euro’s verzamelen en één serieus systeem bouwen. Want we doen toch allemaal hetzelfde: goede journalistieke verhalen maken. En we hebben allemaal in principe dezelfde systemen nodig.
En ik zou zelf nog een stapje verder willen gaan. De regionale omroepen moeten over hun schaduw stappen, maar de landelijke publieke omroepen waarvoor ik samenwerk met de NPO ook. Bedenk wat je zou kunnen maken als je al dat ontwikkelgeld zou kunnen samenvoegen. Tuurlijk halen we het dan nog steeds niet bij de krachten van Amerika, maar je maakt wel degelijk flinke stappen. Nu is het te veel klein bier en navelstaren naar elkaar. Bundel de krachten. Het is tenslotte publiek geld.
Als ik mijn ouders uitleg dat iedere publieke omroep haar eigen CMS heeft en haar eigen innovatieafdeling, dan begrijpen ze er niks van. Als je dit als commercieel bedrijf zou bekijken, maak je hele andere keuzes. Ik denk dat we meer zo zouden moeten denken. Alsof het je eigen geld is.
Wat je wel moet blijven doen: op lokaal, regionaal en landelijk niveau nieuwe dingen proberen. Gooi tachtig procent van je geld in de gezamenlijke pot, en houd zelf twintig procent als speelgeld voor innovatie en eigen afwegingen. Moet je nagaan wat je dan kunt bouwen. Is het een experiment? Nee, maar wel een droom.
En als je nog steeds denkt dat je supergoed bezig bent, dan haal ik graag een uitspraak van mijn collega Matthias erbij. Hij zegt: ‘Wij zijn de snelste schildpad’. Met andere woorden: het is maar net naar wie je kijkt. Naar een andere omroep, of waar het écht snel gaat: Amerika, China. Ik zeg niet dat je met 180 kilometer per uur zonder rijbewijs op de linkerbaan moet gaan rijden. Maar met 50 op de rechterbaan is het wel een lange rit van RTV Noord naar Omroep Zeeland.”